Een anatomie van de spirituele film

Wat is een spirituele film? Op het internet staan honderden sites die zich bezig houden met ‘spirituele’, ‘religieuze’ en ‘christelijke’ films. Wat ontbreekt op al die sites is een antwoord op de vraag: wat maakt een film tot een spirituele film? In dit artikel verschaft Frank Bosman hier helderheid door enige orde aan te brengen in de honderden films die door publiek, critici, recensenten en wetenschappers als ‘spiritueel’ worden aangemerkt. Hij doet dat door vier ‘narratieve categorieën’ te beschrijven. Een ordening dus aan de hand van het verhaal dat de film vertelt. Het gaat om de ‘Jezusfilms’, religieuze films, ‘Christusfilms’ en ‘spirit’-films.

Frank G. Bosman

Pale RiderWat is een ‘spirituele film’? Op internet zijn honderden websites te vinden (voornamelijk Engelstalig) die zich bezighouden met ‘spirituele’, ‘religieuze’ en ‘christelijke’ films. Ik noem bijvoorbeeld The Arts and Faith Top 100 Spiritually Significant Films, Beliefnet Film Awards: Religious Movies, Spiritual Films, The Spiritual Cinema Alliance. Spiritually Exalting Movies & Media. De lijsten stemmen vaak overeen in hun keuze voor bepaalde films: Il Vangelo Secondo Matteo, The Diary of a Country Priest, The Decalogue, The Mission, Dead Man Walking, Der Himmel über Berlin, Schindler’s List, enzovoorts. Wat echter bijna altijd ontbreekt is een nadere beschouwing over wat nu een film tot een ‘spirituele’ film maakt. Afgaande op de lijsten op internet zou het antwoord kunnen zijn dat spirituele films gaan over het Jezus van Nazareth of een andere bijbelse figuur of gebeurtenis; over priesters, religieuzen, exorcisten of engelen; over zonde, verlossing en bevrijding.

Gebrek aan indeling en overzicht

In de (wetenschappelijke) literatuur is ook al weinig overeenstemming te vinden (zie literatuurlijst). De experts zijn het er vaak over eens dat films over Jezus van Nazareth of over specifiek religieuze onderwerpen ‘spiritueel’ kunnen worden genoemd. Evenzo is men het erover eens dat zogenaamde ‘tienerfilms’ als het beruchte Porky’s (1982) of American Pie (1999) niet binnen deze definitie vallen. Vaak wordt er een onderscheid gemaakt tussen ‘Jezusfilms’ en ‘Christusfilms’, waarbij de eerste categorie films gaat over het leven van Jezus van Nazareth zelf en de tweede gaat over ‘christofore’ (‘christusachtige’) figuren. Voorbeelden van ‘Jezusfilms’ zijn o.a. Il Vangelo secondo Matteo (1966) en The Passion of the Christ (2004). Shawn (1953), Pale Rider (1985), Edward Scissorhands (1990) en I Am Legend (2006) zijn voorbeelden van christofore films.

Er zijn twee problemen met deze tweedeling. Ten eerste zijn er verschillende films te noemen zonder duidelijke ‘christusfiguur’ die tegelijkertijd wel degelijk het predicaat ‘spiritueel’ zouden kunnen krijgen, zoals Dead Poet Society (1989), Groundhog Day (1993) en The Piano (1993). Het tweede probleem is dat van ‘overinterpretatie’, waarbij de te interpreteren film net zo lang ontleed wordt tot er een ‘geschikte’ religieuze invalshoek gevonden is. Op deze manier bezien kan bijna elke film wel als ‘spiritueel’ worden aangeduid. Het gevaar is niet ondenkbeeldig dat men zo in staat zou zijn om in de tv-serie Plons de Kikker (voor peuters) een Johannes de Doper-achtige figuur te distilleren.

In dit paper wil ik enige helderheid in proberen te verschaffen. In de honderden films die door publiek, critici, recensenten en wetenschappers als ‘spiritueel’ worden aangemerkt breng ik enige orde aan. Ik doe dit door vier ‘narratieve categorieën’ te beschrijven. Ik orden dus aan de hand van het verhaal dat de film vertelt. Het gaat om ‘Jezusfilms’ (I), religieuze films (II), ‘Christusfilms’ (III) en ‘spirit’-films (IV).

Narratieve categorieën

Welke categorische onderverdeling kan worden gemaakt om de veelheid aan ‘spirituele films’ te kunnen ordenen? Op basis van het filmverhaal (de ‘narratief’) kom ik tot de volgende indeling in vier categorieën. De overgrote meerderheid van films zullen niet perfect in één enkele categorie vallen, maar elementen van twee of zelfs meerdere categorieën in zich verenigen. Bij elke categorie staan meer of minder als ‘spiritueel’ aangemerkte films, die mijns inziens het beste bij een bepaalde categorie passen. De films zijn voor het merendeel gekozen op basis van populariteit bij een zo groot mogelijk publiek. Daarnaast zijn ook de titels van enkele ‘filmhuis’-film vermeld.

I. Jezus films

Il vangelo secondo MatteoFilms die de uitdrukkelijke intentie hebben het leven van Jezus van Nazareth te vertellen, óf op basis van reconstructie óf van herschepping in het heden. Inspiratie is primair de canonieke evangelieën, maar vaak genoeg apocriefen en/of visioenen van heiligen. Behalve van de canonieke evangeliën wordt bijvoorbeeld in The Nativity Story (2006) ook gebruik gemaakt van het apocriefe ‘proto-evangelie van Jacobus’, en in The Passion (2004) van de visioenen van de katholieke heilige, mystica en zieners Katarina van Emmerick.
De wijze waarop met het ‘bronmateriaal’ (in dit geval het leven van Jezus van Nazareth) wordt omgegaan is verschillend. Op basis hiervan zijn er drie soorten ‘Jezusfilms’ te onderscheiden.

a. Historiserende Jezusfilms

Films die intenderen zo dicht mogelijk bij de ‘historische’ Jezus te blijven. Het begrip ‘de historische Jezus’ is op zich al problematisch genoeg. Theologen, exegeten en historici zijn het erover eens dat de Jezus zoals hij tot ons komt in de geschriften van de bijbel niet dezelfde is als de historische persoon zoals hij in Palestina heeft rondgelopen. Zoals elke evangelist zijn eigen Jezus schetst met zijn eigen accenten en ‘agenda’, zo maken regisseurs en scriptschrijvers van Jezusfilms een fundamentele keuze of zij zich op één of meerdere evangeliën baseren. Voorbeelden van films die op één evangelie gebaseerd zijn, zijn Il Vangelo secondo Matteo (1966) en Gospel of John (2003). The Nativity Story (2006) is een voorbeeld van een combinatie van twee evangeliën, Lucas en Mattheus, terwijl The Greatest Story Ever Told (1965) de deze twee combineert met Johannes en Marcus.

Antisemitisme?

Het grootste kritiekpunt op deze historiserende Jezusfilms – buiten cinematografische kritieken – is steevast het verwijt van (impliciet) antisemitisme. Zo heeft regisseur Griffith verschillende scènes verwijderde uit Intolerance (1916) vanwege protesten uit joodse hoek. En volgens haar eigen dagboek moest DeMille aanpassingen doen in zijn film The King of Kings (1927) door protesten uit “bepaalde joodse groeperingen”. Recentelijk nog raadde de krant The Canadian Jewish News haar joodse lezers nog aan niet in de buurt van de bioscoop te komen als de film The Gospel of John (2003) draait. Ook rond het verschijnen van The Passion was er veel protest vanwege (vermeend) antisemitisme.

Religieuze ambivalentie

Het verwijt van antisemitisme is deels inherent aan films die zich baseren op één of meerdere, al dan niet canonieke, evangeliën, omdat de auteurs van deze boeken zelf nogal ambivalent staan tegenover de religieuze traditie waar zij zelf uit afkomstig waren. Aan het einde van de eerste eeuw, begin tweede eeuw werden de Jezus-belijdende joden uit de joodse religieuze gemeenschappen verbannen omdat zij zich – in joodse ogen – aan godslastering schuldig maakte. Verder speelt dat zo’n vijftig jaar na Jezus’ dood de evangelisten niet precies meer wisten hoe de verhoudingen tussen de verschillende joodse groeperingen lagen. Bovendien wilden zij niet graag dat Pilatus als de grote booswicht zou worden voorgesteld, want de evangeliën moesten wel in de Romeinse wereld circuleren.

Voorbeelden

The Passion Play at Oberammergau (1898), Der Galiläer (1917), The King of Kings (1927), Golgotha (1935), Celui Qui Doit Mourir (1957), King of Kings (1961), The Greatest Story Ever Told (1965), Il Vangelo secondo Matteo (1966), Jesus of Nazareth (1977), Jesus (1979), Gospel of John (2003), The Passion of the Christ (2004) en The Nativity Story (2006).

b. Fictioneel historiserende Jezusfilms

The Last Temptation of ChristFictioneel historiserende Jezusfilms gaan een stapje verder dan die louter het leven van Jezus beschrijven op basis van canonieke en/of apocriefe boeken. Films als Jesus Christ Superstar (1973) en The Last Temptation of Christ (1988) nemen weliswaar de historische Jezus als uitgangspunt, maar ‘verzinnen’ er meer of minder elementen bij. Jezus blijft in zijn context qua tijd en locatie, maar verder is het de creativiteit van regisseurs en scriptschrijvers die het verhaal creëren. In Superstar zijn ettelijke scènes niet-bijbels of zwaar herschreven. The Last Temptation begint weliswaar canoniek met de veroordeling en executie van Jezus, maar gaat dan geheel een eigen weg. Jezus lijkt van het kruis af te komen en een ‘normaal’ leven te gaan leiden.

Storm van protest

Films als Superstar en Last Temptation hebben direct bij hun verschijnen gezorgd voor stormen van protesten uit vooral christelijke hoek. Jezus zou als Zoon van God belachelijk worden gemaakt. Waar een film als Monty Phyton's The Life of Brian (1979) waarschijnlijk inderdaad gebruik maakt van spot en satire, kan dit van de vorige twee niet gezegd worden. Regisseur Martin Scorsese heeft in The Last Temptation juist willen aantonen hoe in Jezus God waarlijk mens geworden is, inclusief alle verleidingen en gevoelens die daarbij horen. Superstar is ook geen parodie, maar een Jezusfilm die het midden houdt tussen een fictioneel historiserende en een actualiserende film in typisch jaren zestig stijl.

Voorbeelden

Monty Phyton's The Life of Brian (1979), Jesus Christ Superstar (1973), The Last Temptation of Christ (1988) en The Passion of the Christ (2004).

c. Actualliserende Jezusfilms

De laatste soort Jezusfilm is de actualiserende. Het decor van Palestina rond het begin van onze jaartelling wordt losgelaten. Jezus’ leven en sterven wordt naar het heden verplaatst en in een vervreemdende context geplaatst. De eerder besproken film Superstar actualiseert Jezus’ strijd voor rechtvaardigheid door gebruik te maken van moderne attributen als vliegtuigen, tanks, mitrailleurs, tv’s en kooidanseressen. Vanwege de combinatie tussen moderne attributen en een decor dat aandoet als Palestina tijdens het begin van de jaartelling treedt de vervreemding des te harder op. In Jesus of Montreal (1989) wordt Jezus’ verhaal verplaatst naar het contemporaine Canada en vermengt met het leven van de Canadese acteurs, die het verhaal van de historische Jezus spelen. Het is een film in een film, net als Mary (2005). In The Son of Man (2006) vindt het verhaal plaatst in een Zuid-Afrikaans township. Het is de eerste film met een zwarte(!) Jezus.
Ook bij deze films loert de kritiek van blasfemie.

Voorbeelden

Jesus Christ Superstar (1973), Jesus of Montreal (1989) en The Son of Man (2006)

Mengvormen

De drie bovenstaande soorten van Jezusfilms zijn natuurlijk statisch in de zin dat films zich aan dit soort schema’s onttrekken. Jesus Christ Superstar kan zowel als fictioneel-historisch worden geduid als actualiserend (zie hierboven). Voor The Passion of the Christ (2004) geldt dat de regisseur Mel Gibson pretendeert het ‘echte verhaal’ van Jezus’ lijden te verbeelden (historiserend), maar in feite maakt hij er een fictioneel-historiserende film van door zijn veelvuldig gebruik van de visioenen van de heilige Katarina van Emmerick. 

II. Religieuze films

Into Great SilienceDe tweede categorie ‘spirituele film’ beweegt zich op het gebied van het expliciet religieuze. Het gaat om films over verhalen uit het oude (The Ten Commandments) en nieuwe testament, over heiligen (Joan of Arc), priesters (The Mission), monniken (Into Great Silence), zusters (Sister Act), exorcisme (The Exorcist), stigmata (Stigmata), engelen (City of Angels), de Antichrist (The Omen-triologie, The Seventh Sign), zonden (Se7en), duivels en demonen (Fallen), enzovoorts. Het zijn films die zonder uitzondering een scala aan humane thema’s aansnijden als liefde (Stealing Heaven), trouw (What Dreams May Come) en geloof (Ben-Hur), maar die zonder uitzondering in hun cinematografische verbeelding expliciet religieus zijn.  

Voorbeelden

Ben-Hur (1959), The Exorcist (1973), The Mission (1986), The Seventh Sign (1988), Stealing Heaven (1988), City of Angels (1998), Sister Act (1992), Sister Act 2: Back in the Habit (1993), Se7en (1995), What Dreams May Come (1998), Fallen (1998), Dogma (1999), The Sixth Sense (1999), Stigmata (1999) Bruce Almighty (2003), The Exorcism of Emily Rose (2005), Into the Great Silence (2006), The Da Vinci Code (2006) en Ivan Almighty (2007); maar ook The Omen-quadrologie: The Omen (1976), Damien (1978), The Final Conflict (1981), The Awakening (1991) en de remake van de eerste film, The Omen 666 (2006).

Bijbel- heiligenfilms

Twee specifieke soorten religieuze films verdienen nog een nadere specificatie. In ‘bijbelfilms’ worden scènes en verhalen uit het Oude of Nieuwe Testament verfilmd. Voorbeelden zijn: The Ten Commandments (1956) over Mozes en de Tien Geboden; Joseph: King of Dreams (2000) over de ‘vierde aartsvader’ Jozef en zijn omzwervingen in Egypte; en One Night with the King (2006) over de bijbelse heldin Ester.
‘Heiligenfilms’ nemen vaak de vorm aan van moderne hagiografieën waarin (een deel van) het levensverhaal van een heilige of anderszins voorbeeldige man of vrouw wordt verfilmd. Voorbeelden zijn: The Song of Bernadette (1943), Gandhi (1982), Joan of Arc (1999, mini-serie) en Luther (2003).

III. Christusfilms

Kwantitatief de grootste en tegelijk de lastigste categorie als spiritueel geopperde films zijn de zogenaamde ‘Christusfilms’. In dit soort films vervult de hoofdrolspeler (m/v) een ‘christofore’ rol in die zin dat hij ‘messiaanse’ trekken vertoont. De held of heldin uit de film vertoont opvallend veel gelijkenissen met het leven en sterven van Jezus zoals in de christelijke traditie is vormgegeven, namelijk als verlosser van de mensheid. Volgens het christendom is het immers Jezus zelf die als Gods zoon in een mens geïncarneerd naar de wereld kwam om ons onmachtige en zondige mensen te bevrijden van de eeuwige straf. De verwijzingen tussen film en christelijke heilsgeschiedenis kunnen meer of minder impliciet gestalte krijgen in decors, dialogen, symbolen, handelingen of een combinatie ervan. Deze christofore figuren worden veelvuldig door critici en onderzoekers aangetroffen in de meest uiteenlopende films en –genres. Ik geef twee voorbeelden.

The Terminator

Een 18-jarig meisje krijgt bezoek van een voor haar onbekende man. Deze engelachtige verschijning vertelt de stomverbaasde jonge vrouw dat zij de moeder zal worden van een exceptioneel kind: haar zoon zal de wereld en de mensheid redden van hun ondergang in vuur en chaos. Het meisje stribbelt een beetje tegen: “Weet je zeker dat je de goede persoon voor je hebt? Zie ik eruit als de ‘moeder van de toekomst’?” Het lijkt een annunciatiescène uit een bijbelfilm waarin een engel Gods aan Maria aankondigt dat zij moeder van de verlosser van de wereld zal worden. Het is echter de beschrijving van én enkele zinnen uit de film The Terminator (1984), toch mogelijk in te delen als een Bijbelfilm.

Edward Scissorhands

Edward ScissorhandsEen tweede voorbeeld. Van een bepaalde film luidt een samenvatting als volgt: “Een man komt uit een hoge plaats naar beneden, naar onze wereld toe. Hij lijkt op een mens, maar hij is meer dan alleen een mens. Iedereen die hij ontmoet, reageert heftig op zijn aanwezigheid. Hij schenkt mensen rust, vrede, genade. Maar de mensen begrijpen hem niet. In woede ontstoken lokken ze hem in de val om hem ter dood te brengen. Hun opzet slaagt: de man verdwijnt terug naar zijn plaats-in-den-hoge. Hun opzet slaag ook niet: hij leeft nog steeds omdat wij samen over hem praten.” Het lijkt de epiloog van een originele Jezusfilm, maar het gaat feitelijk om een samenvatting van de film Edward Scissorhands (1990). Volgens filmcritici heeft het karakter Edward Scissorhands (Johnny Depp) een duidelijk christofore gestalte, zo goed als Kim Boggs (Winona Ryder) de rol van ‘evangelist’ op zich heeft genomen. Zij vertelt ‘de goede boodschap’ van Edward aan haar dochter met het idee dat zijn verhaal ‘verder gaat’.

Vijf herkenbare elementen

Al deze christofore ‘filmhelden’ delen alle of een groot aantal van de volgende vijf elementen. Uiteraard zijn deze vijf elementen mede ontleend aan de christologie en zijn ze toepasbaar op en zelfs afleidbaar uit de figuur van Christus zoals die in de traditie vorm heeft geregen.

1. Voorbestemd

Er is altijd sprake van een voorbestemd zijn, zoals voorkomt in The Terminator, maar ook bij het karakter Luke Skywalker in de Star Wars-cyclus va zes films.

2. Opoffering

De christofore helden offeren hun leven voor ‘hun goede zaak’. Denk aan Neo uit The Matrix - bijgenaamd ‘the One’, hoe christologisch wil je het hebben? – die er zijn leven bij inschiet om de mensheid te verlossen. Deze zelfgave is niet gemakkelijk – de helden aarzelen -, maar altijd vrijwillig en onafwendbaar en in die zin letterlijk noodlottig. Het ‘bloedthema’ speelt in deze vaak een duidelijke rol. Niet alleen is het ’t bloed dat in de aderen van de helden klopt van een oud en uitverkoren geslacht (noblesse oblige, adel verplicht), maar tegelijkertijd is het vaak letterlijk hun (vergoten) bloed dat de verlossing tot stand brengt. Een duidelijk voorbeeld is de film I Am Legend (2007) waarin Will Smith vanuit zijn eigen bloed een antidote moet bereiden om de mensheid te verlossen van de verschrikkingen van de zelf gecreëerde hel.

3. Leider tegen wil en dank

De Christusachtige filmkarakters zijn vaak leiders-tegen-wil-en-dank. Ze bedanken liever voor de eer, voelen zich niet opgewassen tegen de druk die anderen op hen leggen en zij helemaal niet overtuigd van hun eigen wil of vermogen om zichzelf op te offeren. Harry Potter uit de gelijknamige zevendelige filmcyclus herhaalt te pas en te onpas dat hij liever helemaal geen Harry Potter zou zijn en dat de mensen op zouden houden naar hem op te zien als ware hij een soort halfgod. Ook de cowboys uit Shane (1953) en Pale Rider (1985) zien er aanvankelijk niets in om de held uit te hangen.

4. Vermenging van goed en kwaad

Lord of the RingsDit aanvankelijk onbehagen om heldhaftig te zijn heeft mede te maken met het terugkerende gegeven in de Christusfilms dat ‘goed’ en ‘kwaad’ niet zo gemakkelijk dualistisch van elkaar te scheiden zijn. In films die zich focussen op een flinke portie zinloos geweld worden de karakters van beide partijen eendimensionaal en moreel statisch geportretteerd. De ‘bad guys’ leven niet, evenals de ‘good guys’ nooit kunnen boeien. Nee, de christofore helden bezitten goed én kwaad in zichzelf en de verlossing van het collectief dat zijn vertrouwen in hem of haar gesteld heeft, begint in de zelfverlossing. Hierin overwint de held het kwaad in zichzelf. Denk aan Frodo en Bilbo Baggins uit de Lord of the Rings-triologie. Beide hobbits staan onder de directe invloed van de kwade ring uit de titel en moeten keer op keer hun aanvechtingen tot het kwade overwinnen. Hoewel een object als de ring het kwade nog lijkt te externaliseren, is dat schijn: de ring ‘tapt in’ op het in de mens aanwezigheid van of gevoeligheid tot het kwade. En is dat het geval met de meeste filmhelden.

5. Mannelijke held

Veruit de meeste christofore helden zijn mannen. Als vrouwen ‘hun mannetje’ staan in films zijn het meestal interessante bijfiguren, maar nooit de feitelijke verlossers. Emancipatorisch valt hier nog wel één en ander te verbeteren.

Overinterpretatie

Zoals al eerder gezegd is deze categorie de lastigste om duidelijk af te bakenen. Christofore helden lopen het meeste risico om aan ‘overintepretatie’ onderworpen te worden. Met het nodige retorische geweld en bijbehorende fantasie kan uit elke filmheld een Christusfiguur worden gedistilleerd, zoals op eenzelfde wijze uit elke film een spirituele film kan worden gehaald. Een van de redenen om dit artikel te schrijven is juist om criteria aan te geven waardoor deze ‘overinterpretatie’ enigszins kan worden voorkomen.

Zeer westers

Een andere complicerende factor bij de identificatie van Christusfilms is de West-Europese en Amerikaanse context waarbinnen veruit de meeste films die wij hier te zien krijgen, gemaakt zijn. Ondanks verlichting, scheiding van kerk en staat en verregaande secularisatie en de-institutionalisering is onze Westerse cultuur nog steeds doordrenkt met elementen uit de christelijke traditie. Het is bijna vanzelfsprekend dat scriptschrijvers en regisseurs, evengoed als het kijkende (ontvangende) publiek gebruik zullen maken van de impliciete culturele context die zij met elkaar delen: de christelijke.

Voorbeelden

Alle Star Wars-film: The Phantom Menace May (1999), Attack of the Clones May (2002), Revenge of the Sith (2005), A New Hope (1977), The Empire Strikes Back (1980) en Return of the Jedi (1983);
Alle Harry Potter-film: Harry Potter and the Philosopher's Stone (2001), Harry Potter and the Chamber of Secrets (2002), Harry Potter and the Prisoner of Azkaban (2004), Harry Potter and the Goblet of Fire (2005), Harry Potter and the Order of the Phoenix (2007), Harry Potter and the Half-Blood Prince (wordt verwacht) en Harry Potter and the Deadly Hallows (wordt verwacht);
The Lord of the Rings-triologie: The Fellowship of the Ring (2001), The Two Towers (2002) en The Return of the King (2003);
The Matrix-triologie: The Matrix (1999), Reloaded (2003) en Revolutions (2003)
The Terminator-triologie: The Terminator (1984), Judgment Day (1991) en Rise of the Machines (2003).
Maar ook Shawn (1953), One Flew Over the Cuckoo's Nest  (1975), Pale Rider (1985), The Seventh Sign (1988), Edward Scissorhands (1990) en I Am Legend (2006).

IV. 'Spirit'-films

De laatste groep als ‘spiritueel’ aangeduide films vallen in de categorie ‘overigen’. Deze term doet eigenlijk tekort aan de schoonheid en rijkdom van de meeste van deze films. Het gaat hierbij om films die geen rechtstreekse verbintenis met het religieuze hebben als de vorige drie categorieën, maar die handelen over de diepere betekenis van de menselijke existentie: leven en dood, vinden versus verliezen, geloof en wanhoop, liefde en haat, eenzaamheid, waanzin, god, het Hogere, enzovoorts. “Alles wat het leven zo mooi maakt”, aldus een provocerende ‘tag’ van de musical ‘Cabaret’. In deze categorie vallen verruit de meeste spirituele films. De overgrote meerderheid van de zogenaamde ‘arthouse’-films als Dekalog (1988), Spring, Summer, Fall, Winter... and Spring (2003), Dogville (2003) en The Return (2006) zijn hier te vinden, maar ook veel commerciële films als Forrest Gump (1994) en Finding Neverland (2005).

Bresson

Ook het werk van de beroemde en gelouterde cineast Robert Bresson past hier naadloos in. Zijn films handelen over vergeving en verlossing, en de rol die de mens kan of zelfs moet nemen in zijn eigen verlossing. Zijn werk is niet zo expliciet religieus dat het zonder meer in de categorie van de religieuze films te plaatsen is. Tegelijkertijd ademt zijn werk ‘uit al zijn poriën’ zo’n sterke katholiek christelijke thematiek en sfeer uit dat zijn werk tegelijkertijd met evenveel gemak wel in de religieuze categorie te brengen is onder de verzuchting: ‘Als dat niet religieus is….’. Een film als Procès de Jeanne d’Arc (1962) zou ook gemakkelijk in de religieuze categorie ondergebracht kunnen worden vanwege de expliciete verwijzing naar het leven van een heilige vrouw. Tegelijk is deze film veel meer dan een ‘simpele’ hagiografie.

Bressons werk bevindt zich duidelijk op de rand tussen spirit- en religieuze film: Journal d'un curé de campagne (1951), Un condamné à mort s'est échappé ou Le vent souffle où il veut (1956), Pickpocket (1959), Procès de Jeanne d'Arc (1962), Au hasard Balthazar (1966), Mouchette (1967),
Quatre nuits d'un rêveur (1971), Lancelot du Lac (1974) en L'argent (1983).

Spirituele elementen

Ik wil deze films ‘spirit’-films dopen als onderscheidend voor deze categorie ten opzichte van de generatieve term ‘spirituele’ films. Het gaat hier om films met sterke ‘spirituele’ elementen, niet te verwarren met thriller, horror of fantasy (hoewel dit soort films wel vaak in deze categorie passen, zij het om andere redenen). Met het gevaar in herhalingen te vervallen wil ik nog eens onderstrepen dat deze classificering in vier categorieën een hulpmiddel is en geen absolute waterscheiding. Veel Christus- of religieuze films hebben ook ruimhartig aandacht voor existentiële zaken en spiritualiteit in de meest brede zin van de betekenis.

Voorbeelden

Veel films en afleveringen van tv-series van Star Trek, A Clockwork Orange (1971), The Secret of NIMH (1982), Dekalog (1988), Dead Poet Society (1989), Groundhog Day (1993), The Piano (1993), Philadelphia (1993), Forrest Gump (1994), The Cronicles of Narnia (2005), Spring, Summer, Fall, Winter... and Spring (2003), Dogville (2003), Finding Neverland (2004), Brokeback Mountain (2005), Paradise Now (2005), Ober (2006), Over the Hedge (2006) en The Return (2006).

Literatuur

Clive Marsh, Theology goes to the Movies. An Introduction to Critical Christian Thinking, Routledge: Londen (2007)
David Morgan, The Sacred Gaze. Religious Visual Culture in Theory and Practice, University of California Press: Berkely (2005)
Albert J. Bergessen en Andrew M. Greeley, God in the Movies, Transaction Publishers: Londen (2003)
Reading the Gospels in the Dark: Portrayls of Jesus in Film, Trinity Press International: Harrisburg (2003)
Robin Riley, Film Faith and Cultural Conflict: The Case of Martin Scorsese's The Last Temptation of Christ, Praeger: Londen (2003)
Bryan P. Stone, Faith and Film. Theological Themes at the Cinema, Chalice Press: St.-Louis (2000)
Richard C. Stern, Clayton N. Jefford en Guerric Debona, Savoir on the Silver Screen, Paulist Press: New York (1999)
W. Barnes Tatum (red.), Jesus and the Movies: A Guide to the First Hundred Years, Polebridge Press: Santa Rosa (1997)
Lloyd Baugh, Imaging the Divine: Jesus and Christ-Figures in Film, Sheed & Ward: Kranklin (1997)
Clive Marsh & Gaye Ortiz (red.), Explorations in Theology and Film, Blackwell Publishers: Oxford (1997)

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.