Maria van Magdala in de speelfilm

Een bespreking van de opvallendste voorbeelden

Marjeet Verbeek

Wie zoekt naar Maria van Magdala in de film vindt haar vooral in de zogenaamde Jezusfilm. Niemand anders in het ruim honderdjarig bestaan van de cinema heeft vaker de hoofdrol gespeeld dan Jezus van Nazareth en steeds vervulde Maria van Magdala een prominente bijrol. In 1927 waren er al 39 Jezusfilms gemaakt en er kwamen en komen er steeds bij. De meeste Jezusfilms gaan onopgemerkt door het grote publiek de vergetelheid in. Ook grote cineasten hebben zich vertild aan Jezus. Regisseurs bezwijken onder de last van een 2000 jaar oude christelijke overlevering die ze verhindert Jezus van Nazareth en in zijn voetspoor Maria van Magdala, op een originele, eigentijdse wijze te verbeelden. En dat is wel nodig. Jezusfilms die indruk maakten bleken steeds met het oude verhaal een eigentijdse impuls te geven aan de gelovige verbeelding. Daarom kan ook bijna ieder decennium een nieuwe ‘geslaagde’ Jezusfilm verschijnen. Maar regisseurs en acteurs merken dan wel dat het eigenlijk een onmogelijke opdracht is om een Jezusfilm te maken. We zullen nooit kunnen achterhalen wie Jezus van Nazareth en Maria van Magdala echt waren. Het is dan ook goed te beseffen dat elke Jezusfilm, hoe historisch accuraat sommige ook men probeert te zijn, uiteindelijk een persoonlijke geloofsgetuigenis is van regisseurs en acteurs. En daarin schuilt dan ook precies de kracht van Jezusfilms. Juist als persoonlijke, tijdgeestgebonden geloofsgetuigenissen raken ze de harten van velen en dragen ertoe bij dat het verhaal levend blijft.

Maria van Magdala: vrouw met vele gezichten

Maria van Magdala heeft in de film vele gezichten. De enen keer vindt men haar niet van wezenlijk belang in het leven van Jezus en is ze dus grotendeels afwezig in de film, de andere keer krijgt Maria, de moeder van Jezus, voorrang bij de filmer. Weer een andere keer wordt ze geportretteerd als de vrouw die Jezus het best begreep, ja zelfs als de vrouw naar wie Jezus’ verlangen uitgaat. Van dit scala aan beelden van Maria van Magdala doet het meest “voorzichtige” beeld, de gefrustreerde hoer die zich bekeert, later het lege graf aantreft en dat meldt aan de discipelen, het minste stof opwaaien. Ik denk aan de bijna zes uur durende speelfilm die, met instemming van de kerken, miljoenen over de hele wereld hebben gezien: La Vita di Gesu, beter bekend als Jezus of Nazareth van Zeferelli uit 1977. Het beeld daarentegen van een Maria van Magdala naar wie Jezus’ verlangen uitgaat krijgt al snel als het stempel blasfemisch en leidt zelfs tot rellen. Denk aan The last Temptation of Christ van Scorsese uit 1988.

Meer dan bij welke film dan ook spelen bij de waardering van de Jezusfilm de kerken een belangrijke rol – en niet altijd een positieve. Kerken moeten de laatste 100 jaar ruimte afstaan aan de filmkunst die een heel eigen verbeelding van Jezus en Maria van Magdala geeft. En kerken accepteren dat niet altijd even makkelijk. Ook het publiek is geen onbeschreven blad. In de hoofden en harten van mensen leven al beelden van Jezus van Nazareth en Maria van Magdala en die stroken niet perse met de filmbeelden. Maar er zijn een aantal films die het presteren om de innerlijke beelden van een groot publiek op een of andere manier te vernieuwen. Die films komen hier aan de orde.

King of Kings (Cecil B. DeMille, USA, 1927)

Het eerste echte klassieke bijbelspektakel is King of kings van Cecil B. DeMille. Een Jezusfilm waarin, tot ieders verrassing toen, Maria van Magdala een prominente rol krijgt. In deze film wordt het leven van Jezus gezien vanuit haar perspectief. Ze is een rijke courtisane, die Judas als haar minnaar heeft. In openingsscène zien we Maria in vol ornaat uitrijden in haar koets, getrokken door zebra’s, om haar geliefde Judas te redden uit de klauwen van de timmerman uit Nazareth. Wanneer Jezus dan vervolgens haar demonen uitdrijft, zien we die gepersonifieerd als de zeven hoofdzonden die opgewonden om haar heen zweven.

Cecil B. DeMille zette met King of Kings de toon voor vele Bijbelse spektakelfilms die zouden volgen. Denk aan The Robe of Ben Hur die nog ieder jaar op televisie vertoond worden.

Deze films kenmerken zich door veel aandacht voor de uiterlijke verschijningsvormen van het christendom in de stijl van de zoete 19de eeuwse bidprentjes. Beelden die een groot publiek aanspreken: grootse bijbeltaferelen, mirakels of sentimentele feiten. Deze Jezusfilms zijn eigenlijk een alibi om iets of iemand aan de rand van het verhaal uit te vergroten. Tot het absurde aan toe, zoals de hierboven genoemde Maria van Magdala als rijke courtisane. Zo kregen Maria van Magdala en Judas in de filmwereld bijna evenveel aandacht als Jezus zelf.

Hollywood begrijpt tot op de dag van vandaag, in navolging van De Mille, dat seks en geweld belangrijke ingrediënten van het populaire filmdrama zijn. Aan de hoofdpersoon Jezus kleeft echter geen seks of geweld. Daar lenen de bijfiguren zoals Maria van Magdala en Judas zich beter voor.

Il vangelo secondo Matteo (Pier Paolo Pasolini, Italië, 1964)

Pasolini laat het bovengenoemde genre Jezusfilms achter zich. In zijn sober gefilmde Evangelie volgens Matteüs wordt Jezus voorgesteld als een gedreven revolutionair, die fel predikend rondtrekt en het rücksichtslos opneemt voor de armen en zwakken. Jezus, die uitvaart tegen hypocrisie van de macht. Jezus ook als man uit en van het volk, dat arm is en lijdt onder onderdrukking. Om dat beeld te scheppen hoefde hij maar naar Sicilië te gaan en de lokale bevolking zichzelf te laten spelen. Voor de hoofdrol koos hij een marxistische student die vocht tegen het Spanje onder Franco. Ook hij speelde zichzelf en werd daarmee een van de meest authentieke Jezusfiguren op het witte doek. Deze low budget film werd een onverwacht succes in Europa. Niemand uit pers noch kerk, had dat kunnen voorzien. Immers, Pasolini was een marxistische ketter en had al heel wat controversiële films op zijn naam staan. Maar ditmaal waren filmkritiek, publiek en Rome het met elkaar eens. Dit was een authentieke Jezus neergezet in het perspectief van zijn sociale inzet.

Voor de vrouwen rond Jezus is in deze film echter weinig ruimte. Maar daarmee is Pasolini wel redelijk trouw gebleven aan het Evangelie van Matteüs, waarin de twaalf mannelijke discipelen van Jezus op de voorgrond staan. Maar dat Maria van Magdala in deze film niet eens met name genoemd wordt en dus ook niet als zodanig herkenbaar is onder de vrouwen rond Jezus, ook niet bij de kruisiging en het lege graf, is minder evangeliegetrouw. Haar plaats wordt ingenomen door Maria, de moeder van Jezus. Een aanpassing, die Maria van Magdala’s rol in Matteüs tekort doet, maar die er misschien wel toe bijdroeg dat toentertijd nog zovele arme gelovigen – mannen en vrouwen - zich getroost wisten door deze filmbeelden van moeder Maria.

Jesus Christ Superstar (Norman Jewison, USA,1973)

En dan is in 1973 de musical Jesus Christ Superstar een ongekend succes en de film blijft populair tot op vandaag.
De rockopera heeft drie hoofdrollen: Jezus, Maria van Magdala en Judas. Jezus blijft een mysterie in de film. We zien hem als een scherpe verkondiger van de waarheid én als een vriendelijke, troostende man. We leren hem ook kennen door de ogen Judas en Maria van Magdala. Die twee zijn voor de kijker identificatiefiguren. Zij geven uitdrukking aan wat de moderne mens bezielt. Judas de twijfelaar, omdat hetgeen waarnaar hij verlangt hem ontsnapt en hij daarom de ondergang van Jezus in de hand werkt. En Maria van Magdala, die in deze film heel haar vrouw zijn uitdrukt in haar ondubbelzinnige verlangens naar deze unieke man. Dwars doorheen (niet ondanks) dit begeren ontdekt zij een liefdesdimensie die angstaanjagend is, omdat die veel verder, veel dieper reikt dan alleen maar vleselijke drift. Prachtig bezingt zij dit in het lied I don’t know how to love him.

Jesus Christ Superstar is een film die magie, oppervlakkige sentimentaliteit, dogmatische strakheid en sensatie vermijdt, zelfs ten nadele van de letter van het evangelie. Maar het is wel een boeiende filmische uiting van zowel de hoop en het geloof, als ook vooral de vragen, de wanhopige twijfels en de existentiële angst van de moderne mens.

The Last Temptation of Christ (Martin Scorsese, USA, 1988)

Nog voor hij uitkwam veroorzaakte The Last Temptation of Christ enorm rellen. Deze film is een persoonlijke, controversiële zoektocht naar de betekenis van de Christusfiguur van de Amerikaanse filmkunstenaar Martin Scorsese. Zijn film is niet op de evangelieteksten gebaseerd, maar op de roman De laatste bekoring uit 1955 van Kazantzakis. In wezen onderzoekt zijn film de vaak niet bepaald evangelische verwachtingen die mensen in Christus stellen. Zo wil Judas van Christus een mirakelrevolutionair maken, omdat hij geïnteresseerd is in macht. Andere apostelen zijn zwak en vooral uit op materiële lotsverbetering. Maria van Magdala is de ontgoochelde jeugdvriendin van Christus die, omdat hij niet weet hoe hij haar liefde moet beantwoorden, uit frustratie prostituee wordt. En Christus zelf stelt zich aanvankelijk vol twijfel en dus heel kwetsbaar op tegenover zijn goddelijke opdracht. Na zijn verblijf in de woestijn weet Christus de Duivel te weerstaan en zijn roeping te volgen. Maria van Magdala is zijn eerste discipel, laat terstond haar verleden achter zich, volgt hem en is ook aanwezig bij het Laatste Avondmaal. Bij de kruisdood waagt de Duivel zijn laatste kans. De ultieme verzoeking: een ruim 20 minuten durende hallucinatie van Christus waarin hij aan de hand van zijn beschermengel, vertrouwen krijgt in de liefde van Maria van Magdala en besluit een gezin te stichten. Maar dan wordt langzaamaan het gif ingespoten: de Duivel, vermomd als zijn beschermengel zet Jezus aan tot polygamie (alle vrouwen zijn immers dezelfde) en suggereert dat God een uitvinding van de mens is. Het is uiteindelijk Judas die Christus uit de droom komt helpen: zonder de kruisdood is zijn verraad zinloos, zou er geen redding noch verrijzenis zijn. Christus sterft uiteindelijk toch aan het kruis met de woorden: “alles is volbracht”. Waar de gewone mens-Christus zou falen, slaagt god-Christus wel. Twijfels worden omgebogen in geloof en bevrijding.

Voor sommige gelovigen is deze film verwarrend, schokkend. Maar is de film ook werkelijk zo ketters als vaak beweerd wordt? In ieder geval staat hij mijlenver af van bovengenoemde films. Scorsese start vanuit het freudiaans-psychologische oogpunt, dat Christus ook mens is en dus alle menselijke problemen, als seks en geweld, verlangen en vrees, twijfel en roeping doorworsteld heeft. Om dat te laten zien baant Scorsese zich kronkelend een weg naar een uitgesproken orthodoxe en gelovige eindconclusie. Het verhaal lijkt wel een apocrief evangelie. Nooit trekt Scorsese het God-zijn in twijfel. Integendeel, hij is gefascineerd door die paradoxale dualiteit mens/god, vlees/geest en hoe hij die kan trachten te begrijpen vanuit de menselijke ervaring.

Jesus de Montreal (Jesus de Montreal (Dennis Arcand, F/CDN, 1989)

Deze boeiende Canadese film neemt onder de talrijke Jezusfilms een unieke plaats in. In zijn film laat Arcand Jezus en de acteur Daniel, die Jezus speelt, en Maria van Magdala en de actrice Mireille, die Maria van Magdala speelt samenvloeien.
Daniel is een jonge werkloze acteur die van de kerk het aanbod krijgt om het passiespel, dat jaarlijks wordt opgevoerd bij de kathedraal op Mont Réal, nieuw leven in te blazen. Het wordt een theaterstuk met hemzelf als Jezus in de hoofdrol. Samen met nog drie andere acteurs, waaronder Mireille, komt het tot een passiespel dat grote successen boekt. Maar ze halen zich ook de banvloek van de bisschop op de hals vanwege de “tekstuele” en theologische vrijheden die ze zich veroorloven. Bovendien, en dat is het belangrijkste aan deze film, gaan de acteurs, vooral Daniël en Mireille, zo op in hun evangelische rollen dat die hen letterlijk innerlijk omvormen.

Daniël die de rol van Jezus speelt, wordt zelf een Christusfiguur en Mireille een Maria van Magdalafiguur. Zij komt in haar echte leven sterk onder invloed van de charismatische en zachtaardige Daniël. Hij weet Mireille, die tot dan als pikant model heeft gewerkt in de reclamebusiness en in die hoedanigheid vele kortstondige relaties gehad heeft, te bewegen zich te transformeren tot een vrouw die beseft dat liefde veel verder reikt dan vleselijke lust en de uitbuiting daarvan. De film toont mooie beelden van de gepassioneerde liefde die ze voor elkaar voelen. Een passie die verder en dieper reikt dan het seksuele. Mireille in Jesus de Montreal doet me denken aan de Maria van Magdala in Jesus Christ Superstar.

Jesus de Montreal laat in de Canadese metropool Montréal een eigentijdse Jezusverbeelding ontstaan, die kritische vragen stelt aan kerk en samenleving – maar tevens laat zien dat het verhaal van Jezus ook voor onze tijd relevant is. Arcand behandelt het thema geraffineerd. Scènes uit het leven van de acteurs verwijzen - voor de kenner – naar evangelie passages, wat resulteert in kritiek op de geestelijkheid, de pers en de showbusiness.

Slot

Maria van Magdala kan in de Jezusfilm niet bekeken worden zonder Jezus van Nazareth te bekijken. Ze hoort bij hem, hoe klein of groot haar rol in zijn leven en vice versa ook wordt voorgesteld. Ze houden van elkaar en onder zijn invloed komt ze tot inkeer: van een puur vleselijke lust, die uitbuitend is naar twee kanten, naar liefde die bevrijdt. Dat is de rode draad die ik in de Jezusfilms vanaf de 70-ger jaren aantref. Maar tevens is Maria van Magdala, evenals Jezus, iemand met vele gezichten, zoveel gezichten als er regisseurs en acteurs zijn.

De laatste grote publieksfilm over Jezus, The Passion of the Christ, heeft een mooie Magdala scène: de flashback waarin Jezus in het zand schrijft, de menigte die wil stenigen hun stenen laten vallen en Maria zijn voeten aanraakt. Monica Belluci is een prachtige Maria van Magdala en Gibson zet haar niet neer als prostitue maar meer als één van de leerlingen en zeker niet als de geliefde van Jezus. Toch sloeg ook Gibson nog geen nieuwe wegen in.

Het wachten is op Paul Verhoeven, die nog onlangs opnieuw aankondigde te komen met een Jezusfilm. Een plan waarmee hij al jaren rondloopt. Maar van hem verwacht ik echter geen boeiende visie op Maria van Magdala. Volgens hem speelden vrouwen namelijk geen noemenswaardige rol in het leven van Jezus. Helaas….

Deze tekst dateert uit 2002 en werd bijgewerkt voor publicatie op www.kfa-filmbeschouwing.nl in mei 2006.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.