|
Bin Jip
Bin Jip is al de tweede film van de zeer productieve Zuid Koreaanse regisseur Kim Ki-duk (geb. 1960) waarin hij zichzelf beperkingen oplegt als het gaat om de verbeelding van het geweld. Critici noemden hem naar aanleiding van zijn eerdere films ‘een kind dat speelt met een pistool’ en ‘sexual terrorist’ vanwege de confronterende manier waarop hij schoonheid, geweld, en seksualiteit samenbrengt. In zijn poëtische film Spring, Summer, Fall, Winter …and Spring bleef dat geweld als goeddeels buiten beeld hoewel het nog steeds en misschien nog indringender in de film aanwezig was. Hetzelfde geldt voor Bin-Jip.
Rolf Deen
De film draait om drie hoofdpersonen: een jonge man die inbreekt in meerdere huizen waarvan de bewoners tijdelijk weg zijn, een jonge vrouw die met die inbreker mee op weg gaat en haar boze echtgenoot. Het lijkt een vrij simpel gegeven en dat is het ook. Tegelijk is het ook een complexe film omdat hij vol zit met allerlei betekenisvolle details die iets zeggen over existentiële vragen over liefde, schuld, wraak en waarheid waarmee Kim Ki-duk worstelt.
Leeg huis
Bin-Jip betekent ‘leeg huis’. De titel zegt zowel iets over de zes huizen die we te zien krijgen en over de mensen die er wonen. De huizen staan letterlijk tijdelijk leeg, maar als we de bewoners na hun terugkeer zien valt op dat ze allemaal worstelen met een bepaalde leegte in hun leven. In de meeste huizen functioneert de elektronische communicatie apparatuur beter dan de menselijke communicatie, in ieder huis is er iets stuk dat gerepareerd moet worden, in ieder huis speelt een onderhuids of openlijk conflict. De sporen die het bezoek van de jonge inbreker Tae-suk achterlaat brengen dit voor de bewoners aan het licht. Eén huis vormt de uitzondering op deze regel, het derde huis dat Tae-suk samen met zijn gezellin Sun-wha bezoekt. In dit traditioneel Koreaanse huis is alles harmonie. Dit huis is een keerpunt in hun relatie en keert drie keer terug in de film.
Drie
Kim Ki-duk is een Koreaan van katholieke huize en middels het getal drie laat hij een subtiel christelijk stempel achter op zijn film. De internationale titel is Three Iron (IJzer 3), een term uit de golfsport voor een bepaald soort golfclub waarmee het golfballetje geraakt wordt. Het getal 3 is een belangrijk getal in de christelijke symboliek. Veel beslissende gebeurtenissen vinden in de bijbel plaats op de derde dag. De voor christenen cruciale gebeurtenis, de opstanding uit de doden van Jezus Christus, vindt op de derde dag plaats. De hoeveelheid golfballetjes die erop verschillende momenten in de film geslagen worden vertellen ook iets over de schuld, straf en boete. Met drie golfballen schakelt Tae-suk de echtgenoot van Sun-wha uit, maar als die later wraak op hem neemt gaat hij zich te buiten door meer dan drie ballen af te vuren op zijn slachtoffer.
Zwijgzaam
Heel kenmerkend voor de films van Kim Ki-duk zijn zijn zwijgzame hoofdpersonen. In deze film spreken de hoofdpersonen Tae-suk en Sun-wha zelfs helemaal niet met elkaar. De communicatie tussen de hoofdpersonen verloopt op een heel basaal niveau: blikken, aanrakingen, elkaar te eten geven en een kus. De regisseur ruilt de taal van het woord bij helemaal om voor de taal van het lichaam, van het gebaar. Kim Ki-duk geeft in zijn zwijgzame beeldtaal graag hints en suggesties. Zo vervangt de voetstreling onder tafel een seksscène, zegt hij in een interview. Aanwijzingen die ons meer helpen dan woorden ooit zouden kunnen. ‘Woorden zijn volstrekt onbelangrijk. Ik wil het mogelijk maken dat mijn publiek uitsluitend via hun ogen emoties beleeft.’ Maar Kim Ki-duk geeft nog een andere reden voor de zwijgzaamheid van zijn hoofdpersonen: “Er is in al mijn films iets wat mijn hoofdpersonen zwaar verwond heeft. Daardoor is hun vertrouwen in de mensheid zwaar geschaad. Ze zijn bezoedeld door mensen die dingen deden en zeiden die ze niet meenden. En omdat dat schijnbaar kan, omdat je woorden kunt gebruiken om dingen te zeggen die niet waar zijn, zijn mijn personages opgehouden met praten. Nu is alles wat zij doen hun taal geworden. Het is lichaamstaal, vaak gewelddadig, maar dat is een fysieke reactie op het trauma dat hen is aangedaan, het is geen geweld op zich.”
Droom en werkelijkheid
De film sluit af met een tekst over droom en werkelijkheid. “Het is moeilijk te bepalen of de wereld waar in we leven werkelijkheid of een droom is”. Het is eigenlijk een overbodige opmerking, want we zweven aan het slot van de film als kijkers inderdaad tussen droom en werkelijkheid in. We zijn stap voor stap gewoon gaan vinden dat iemand gewichtloos en onzichtbaar is geworden. De film begint heel realistisch en alles wat we zien is nog heel goed mogelijk. Een van de eerste aanduidingen dat we binnengevoerd zullen worden in een andere werkelijkheid is wanneer we de jonge vrouw Sun-wha voor het eerst zien. Verborgen in haar slaapkamer, verwisselt zij van de linker naar de rechterhoek zonder te bewegen. Stap voor stap voert de film ons binnen in een ondraaglijk licht bestaan. (Kim Ki-duk is gefascineerd door het werk van Milan Kundera!) Totdat Tae-suk in zijn er in slaagt zichzelf onzichtbaar te maken. De kleuren in de cel zijn wit en blauw, hemelse kleuren, dus waar zijn we in godsnaam beland?
Kim Ki-duk citeert de taoïstische filosoof Zhuang Zi als het over dit aspect van zijn werk gaat: “Afgelopen nacht droomde ik dat ik een vlinder was en bij het ontwaken wist ik niet meer of de mens Zhuang Zi ben die droomde een vlinder te zijn of misschien wel een vlinder die droomt dat hij de mens Zhuang Zi is”. Die vraag geldt volgens Kim Ki-duk ook voor ons leven. Soms weten we niet wat waar is en wat niet en hebben we iets of iemand nodig die ons daarvan van bewust maakt. Of die ons op z’n minst de vraag laat stellen wat waar is en wat niet.”
Voor meer informatie: zie Cinema.nl.
|