The Body

De meest bevochten hoofdstad ter wereld, terrorisme, een religieus-politiek complot, Antonio Banderas als gepassioneerde priester en een tombe met de overblijfselen van een gekruisigde. Alle ingrediënten voor een goede, onderhoudende film zijn in The Body (2001) aanwezig. Toch slaagt regisseur Jonas McCord er niet in om zijn religieuze complotfilm te voorzien van een psychologische of theologische laag. Een gemiste kans, want het plot en de entourage dagen er zeker toe uit. Toch zitten er ook interessant kanten aan deze film.

Frank G. Bosman

In Jeruzalem ontdekt de jonge, Israëlische archeologe Sharon Golban (Olivia Williams) het graf van een gekruisigde. Alle aanwijzingen over de identiteit lijken naar één bepaalde persoon te verwijzen: Jezus van Nazareth. Alle details (doornenkroon, speerwond, leeftijd bij overlijden, enzovoorts) kloppen exact met de beschrijvingen die het Nieuwe Testament geeft. De katholieke kerk wil tot elke prijs voorkomen dat het skelet uit Jeruzalem wordt gebombardeerd tot de overblijfselen van Jezus Christus. Ze sturen de godsvruchtige priester Matt Gutierrez (Antonio Banderas) naar Jeruzalem, niet om de waarheid te achterhalen, maar om te ‘bewijzen’ dat het niet om de verrezen Heer gaat. Dat zou immer het einde van de kerk betekenen. Na een hoop speurwerk, een noodzakelijke achtervolging, veel religieus geïnspireerd politiek gekonkel en een eindgevecht zijn de terroristen dood en de – niet geïdentificeerde – botten vernietigd in een bomaanslag. Guttierez voelt zich door zijn kerk misbruikt en treedt terug als priester.

Clichés

De film staat stijf van de clichés. De Palestijnen zijn hartvochtige terroristen, terwijl de Israëli’s alles ondergeschikt maken aan hun realpolitik. De r.-k. kerk is totaal niet geïnteresseerd in het vinden van de waarheid en zijn alleen maar bezig met het conserveren van hun macht. “De kerk en het geloof, ze zijn hetzelfde,” krijgt Guttierez te horen bij zijn vertrek. Archeologen en wetenschappers in het algemeen moeten niets hebben van religie. Zelfs de twee hoofdrolspelers zijn niet in staat zich van hun eigen karikatuur los te maken. De priester – genoemd naar een veroordeelde Zuid-Amerikaanse bevrijdingstheoloog - moet leren zijn geloofsovertuiging ter discussie te stellen. De archeologe moet inzien dat ‘waarheid’ niet samenvalt met de uitkomsten van haar wetenschappelijk onderzoek. Beiden moeten afrekenen met hun door geweld getekende verleden. De chemie tussen beiden in voelbaar – laat dat maar aan Banderas over -, maar het mag van de regisseur om onduidelijke redenen niet tot een climax komen. Kippensoep, een verband aanleggen en een vluchtige kus is het enige dat zichtbaar uitdrukking geeft aan hun wederzijdse genegenheid.

Pluspunten

Toch zitten er ook genoeg interessante elementen in de film. In het eerste gedeelte komt de Jezuïet Guttierez in conflict met de Dominicaner archeoloog pater Lavelle (Derek Jacobi, bekend van I, Claudius). Beide ordes, Domincanen en Jezuïeten, hebben een eeuwenoude gezonde competitie met elkaar en dat uit zich in de dialogen tussen beide paters. Ze zijn elkaars spiegel. Als de één gelooft dat Jezus’ botten gevonden zijn, blijft de ander onwrikbaar bij zijn verrijzenisgeloof. Later wisselen beiden van rol. Lavelle’s dramatische zelfmoord en de daarop volgende ‘sanering’ van zijn werkkamer door ijverige prelaten doet dan weer erg kitsch aan.

Verrijzenisgeloof

Guttierez’ existentiële twijfel wordt mooi verbeeld. De scène dat hij plat op zijn gezicht voor het altaar ligt, de houding van de priesterwijding, is indringend en navoelbaar. Helaas wordt de meest fundamentele vraag die de film aan de orde stelt, zeer matig uitgewerkt. Wat zou het voor het geloof van miljoenen christenen in de godmens Jezus Christus betekenen als zijn fysieke overblijfselen zouden worden gevonden? Is de fysieke opstanding van Jezus noodzakelijk voor het geloof in zijn boodschap? Vragen waar je als kijken ongemakkelijk mee blijft zitten, niet omdat ze onbeantwoord blijven, maar omdat ze nauwelijks worden uitgediept. Vooral omdat je als kijken uiteindelijk wél achter de identiteit van het lichaam uit de tombe komt. Een onnodig ‘dicht’ einde, die het laatste restje verbeelding uit de film dooft.

Voor meer informatie: over de film op Cinema.nl; over de auteur op Goed Gezelschap.eu.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.