Casino Royal

Hij zou te klein, te blond en te veel acteur zijn. Daniel Craig als James Bond kon nooit wat worden. Maar inmiddels is de kritiek verstomd en is de website craignotbond.com allang uit de lucht. Daniel Craig is als de zesde incarnatie van 007 een regelrechte openbaring. Hij krijgt van miljoenen bioscoopbezoekers een ‘license to sequel’, toestemming voor een vervolg. Dat succes is hoofdzakelijk te danken aan het feit dat de producenten en regisseur terug durfden te gaan naar de oer-Bond uit de boeken Ian Fleming.

Rolf Deen

De makers durfden terug te gaan omdat ze inzagen dat, wilde Bond een toekomst hebben, ze wel terug moesten. Bond werd in de loop der jaren niet alleen een persiflage van zichzelf ook de imitaties van Mike Myers in de Austin Powers films eisten hun tol. Wat Kees van Kooten voor Ed van Thijn en Owen Schumacher voor Frank de Grave was, werd Austin Powers voor James Bond. Een goede persiflage legt zo de zwakte van het origineel bloot dat je daar niet meer naar kunt kijken zonder onmiddellijk aan de persiflage voor je te zien. Op de set van Casino Royal stond, volgens Daniel Craig in een interview, zelfs een ‘Austin Powers alarm’ dat ieder moment kon afgaan. Daarom ontbreken in deze film ook de technische hebbedingetjes van Q en de vreemde wendingen in het plot die gepaard gaan met veel ontploffingen. Juist daarop hadden imitators het gemunt. In Casino Royal is Bond niet langer de ongenaakbare Brit met een stiff upperlip maar een kwetsbare held die net als wij bloedt uit zijn wonden. Wij zien hem meer dan wie ook in de film naakt. Naakt op het strand, in bed maar ook in de martelkelder.

Lijden en sterven

De producenten gaan weliswaar terug naar het fundament maar het zijn geen fundamentalisten. Zij laten Bond zien zoals hij bedoeld is niet precies zoals hij beschreven is door Ian Fleming. Essentieel is dat Bond echt bloedt, lijdt en verliefd wordt. Zijn wonden en gebroken hart hebben tijd nodig om te helen. Het filmverhaal is dun maar de inzet is hoger dan ooit. Bond ontleent zijn status aan zijn wil om te doden, hij zelf sterft en herrijst en hij verliest bijna letterlijk zijn mannelijkheid. Wij zien dat het gezicht van deze Bond niet onbewogen blijft door een gebrek maar door een teveel aan emoties die hem zouden verraden wanneer hij geen stiff upperlip zo tonen.

Saint George

In de romans van Fleming is Bond de nieuwe St. George, de patroonheilige van de Britten die het kwaad in de vorm van een draak bestrijdt. Fleming mag dan geen groot literator zijn geweest, zijn boeken beschrijven dezelfde strijd met het kwaad waar de grote literatuur zich mee bezig houdt. Als 007 in het boek ligt te bekomen van de gruwelijk marteling door zijn opponent Le Chiffre (Mads Mikkelsen ) zegt hij: “Er bestaat een Goed Boek over goedheid en over hoe je goed kunt zijn enzovoort, maar er is geen Slecht Boek over het kwaad en hoe je slecht kunt zijn. De Duivel had geen profeten om zijn Tien Geboden te schrijven en geen auteurs om zijn biografie te schrijven. Hij heeft geen boek waaruit we kunnen leren over het kwaad in al zijn vormen, met parabels, spreuken en volksverhalen over slechte mensen.” Fleming stelde zichzelf ten doel met zijn boeken in deze leemte te voorzien.

Zeven doodzonden

Als redacteur van de London Sunday Times nodigde hij een aantal gerenommeerde Britse schrijvers uit, ondermeer Waugh en Auden, om een bijdrage te leveren aan een serie over de zeven hoofdzonden. In het voorwoord van de verzamelbundel die hij in 1962 van de serie maakte, schrijft Fleming dat de traditionele doodzonden (hoogmoed, lust, hebzucht, woede, gulzigheid, afgunst en traagheid) allang niet meer erg genoeg zijn om je buiten de hemel te houden. Hij somt een lijstje op met ‘seven deadlier sins’ (zeven dodelijkere zonden): wreedheid, benepenheid, snobisme, hypocrisie, zelfingenomenheid, lafheid en boosaardigheid. De opdracht van Fleming aan Bond is om ten strijde te trekken tegen ‘de zeven dodelijkere zonden’. Hij heet niet voor niets 007. Twee keer 0 omdat hij mag doden in die strijd tegen 7 zonden. Maar om dat te volbrengen moet hij ook de strijd aanbinden met het kwaad in hemzelf. En dat zien we 007 doen in deze verfilming van Casino Royal.

Morele keuze

De meeste Bondverhalen volgen een bepaald patroon. Bond krijgt een opdracht. Als hij de boef wil vangen vangt de boef eerst Bond. In een persoonlijke confrontatie doet de boef Bond uit de doeken wat zijn werkelijke motieven zijn. De hoofdfiguur geeft daarmee aan welke zonden zijn hoofdmotieven zijn. Bij La Chiffre in Casino Royal is dat hebzucht en boosaardigheid. Deze bekentenis houdt aan Bond, de lezers of de kijkers een spiegel voor. Tijdens zijn gevangenschap moet de held zelf tot een morele keuze komen. In Casino Royal hangt het leven van zijn Bondgirl Vesper Lynd (Eva Green) af van zijn bekentenis. Bezwijk ik onder de druk van dit groteske kwaad of vecht ik moedig door?

Zwakte voor vrouwen

Een van de zwaktes van Bond zelf is zijn liefde voor vrouwen. Eerdere Bondgirls waren sterke vrouwen die in een gevecht en vluchtscène echt partij voor hem waren en die pas voor hem vielen als zij dat zelf wilden. Vesper Lynd is veel zwakker en de manier waarop James en Vesper voor elkaar vallen is traditioneler en sentimenteler. Toch blijkt ook Vesper een soort sirene die 007 naar zijn ondergang lokt. Daarmee verbeelden de Bondverhalen een fundamenteel dilemma dat de Amerikaanse zwarte theoloog Thurman mooi verwoordde. Iedereen moet in zijn leven twee grote vragen beantwoorden. ‘Waar ga ik geen?’ en ‘Met wie ga ik mee?’ Pas op dat je ze niet in de verkeerde volgorde beantwoordt, zegt hij.

Worstelen met dilemma’s

We zien Bond worstelen met het dilemma van Thurman als de Bondgirl door de schurk wordt ontvoerd, nog een vast element in het verhaal. Hij offert de dure auto op voor haar. En ondanks dat hij al weet dat zij de sirene is die hem lokte, is hij toch nog bereid heel diep te gaan om haar te redden. Een mens die worstelt met morele dilemma’s heeft een geweten nodig. M (Judi Dench) is zijn moeder en geweten. Uiteindelijk doet hij het allemaal voor haar.

Vlees en bloed

Bond is dus terug op aarde. Geen flauwe verhaaltje over een onbreekbare held, maar een rauw epos van vlees en bloed dankzij een gang naar de bron van Fleming. In november 2008 zullen we met Bond no. 22 zien of die herbronning tot blijvend resultaat leidt.

Voor meer informatie: zie Cinema.nl.

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.