|
Munich
“Als jullie niet met ons kunnen leven, dan wij niet met jullie.” zegt Golda Meir (Lynn Cohen), in de film Munich (Spielberg 2005) wanneer ze besluit de gijzeling van de Israëlische sporters tijdens de Olympische Spelen van 1974 in München te vergelden. Munich vertelt het verhaal van een team geheime agenten samengesteld om de verantwoordelijken voor deze aanslag uit de weg te ruimen. “To become like them, and act like them” is het motto dat ze meekrijgen en dat een keten van geweld in werking zet. De film toont op pakkende wijze, tussen de opwindende actiescènes door, de morele dilemma’s die deze wraakactie mee zich mee brengt.
Joël Friso
De film baseert zich op de historische roman Vengeance (1984), waarvoor schrijver George Jonas veel research gedaan zou hebben. Basis voor de roman vormt een reeks aanslagen en liquidaties die nooit officieel zijn opgeëist. “Het is de meest aannemelijk vertelling”, zei regisseur Spielberg die voor de film opnieuw research liet doen. “Totdat er werkelijk openheid van zaken gegeven wordt, blijft de geschiedenis in nevelen gehuld. “Precies daar kan”, volgens de regisseur, “de verbeelding van een film zijn intrede doen”.
Geheime missie
Avner (Eric Bana), lid van de Israëlische geheime dienst, staat op het punt vader te worden als hij hij ontboden wordt bij minister-president Golda Meir. Zij vraagt hem of hij een team met een uiterst geheime missie wil leiden: de uitschakeling van de elf terroristen die verantwoordelijk worden gehouden voor het bloedbad van München. Avner krijgt toegang tot een bankrekening die voortdurend aangevuld zal worden. Daarna zijn officieel alle banden met Israël verbroken en zal Avner het land verlaten om met vier anderen zelf te werk te gaan als een terreurgroep. “To become like them and act like them” is het motto.
Home is everything
Avner komt al snel in contact met een Franse terreurgroep die voor veel geld informatie aan en over terroristen verkoopt. De Fransen winnen het vertrouwen van Avner en maken veel aanslagen voor ze mogelijk door onder meer vluchtwegen en zogenaamde safehouses voor ze te regelen. In zo'n safehouse op Cyprus vindt een sleutelscene in de film plaats. Avner en zijn team liggen te rusten als ineens een Palestijnse terreurgroep binnen komt lopen. Ze beschouwen het maar als een foutje van degene die het safehouse geregeld heeft, maar de spanning tussen de twee groepen in de schuilplaats is natuurlijk te snijden. Immers home is everything, zijn zowel de Joodse als de Palestijnse terroristen van mening. Ondanks de spanning besluiten ze de nacht maar gezamenlijk door te brengen. Later op de avond raakt Avner in gesprek met Ali, de leider van de andere groep. Ze vragen zich of hoe de Joden en de Palestijnen ooit een land kunnen delen, als ze elkaar alsnog op elke andere plaats in de wereld willen afmaken.
De engelen vierden
In de film wordt de inzet van geweld kritisch bevraagd. Bijvoorbeeld als het team na de eerste liquidatie gezamenlijk op een terras zit en letterlijk de balans opmaakt van wat het hun gekost heeft. Ze vragen zich af of de geslaagde aanslag nu ook gevierd kan worden. En is vieren dan hetzelfde als blij zijn? Carl (Ciaran Hinds) een van de teamleden haalt een verhaal uit de huisliturgie van het joodse paasfeest aan. Dat vertelt dat wanneer de engelen vieren dat de Egyptenaren zijn verdronken in de Rode Zee, God hen vraagt wat er te vieren valt? Had God niet immers vele van zijn kinderen (d.w.z. de Egyptenaren) verloren? Het verhaal stelt de vraag naar de zin van het geweld? En als geweld dan noodzakelijk zou zijn (zoals in het verhaal met de Egyptenaren?) is het dan terecht om de dood van de vijand te vieren? Volgens Avner gebeurde dit opdat men Gods boodschap zou begrijpen. Carl vraagt zich af welke boodschap dat dan zou moeten zijn.
Benadering met emphatie
Spielberg wilde de aangesneden kwestie eerlijk benaderen met empathie voor het beleid van vergelding. Volgens hem kun je zonder empathie niet de menselijke motivatie begrijpen. Een vergelijking met de film Der Baader Meinhof Komplex (Uli Edel, 2008) is interessant. Deze film gaat over de linkse terreurgroep Rotee Armee Fraktion die actief was in dezelfde jaren als Avner en zijn team. Het is een film die, in tegenstelling tot Munich, weigert iets te verklaren. Er wordt geen moment stil gestaan bij de zin van het gebeuren. Daar wordt het geweld vooral getoond. Het geweld daar lijkt eerst sexy en legitiem, maar wordt gaandeweg afstotelijk. Dat geweld soms sexy lijkt, komt ook in Munich voor. Het team ziet halverwege hun missie tot hun ergernis op tv de vrijlating van de kapers van München. “Zie ze dan, het zijn net filmsterren”, zegt Steve (Daniel Craig). Het is alsof de regisseur wil dat ze naar zichzelf zouden kijken.
Subtiele momenten
“Een eigen plek op aarde, dat mag wat kosten.” Het verhaal voelt zeer goed aan met welke emotie dit gezegd wordt. Toch is de film in eerste instantie een spionagethriller, met veel spanning en actie. Het acteerwerk is, net als de soundtrack, goed, maar voornamelijk functioneel. De beschouwing zit veel in de subtiele momenten. Misschien wel op dezelfde wijze waarmee Spielberg de prachtige plaatjes weet te schieten, namelijk met aandacht voor subtiele details. Hij weet zo de locaties en daarmee het verhaal werkelijk tot leven te brengen.
Meer over deze film op cinema.nl
|