|
Ordinary Man
Sinds C'est arrivé près de chez vous (1992) op pad ging met een uiterst sadistische, maar bovenal heel erg eenzame seriemoordenaar, heeft de Belgische cinema zich steeds weer gericht op het contactgestoorde, gevoelsarme of juist ontroostbaar verdrietige, maatschappelijk gefrustreerde (en meestal mannelijke) individu. Zielige wielrenners (Le vélo de Ghislaine Lambert), betreurenswaardige rolstoelgangers (Aaltra), zelfdestructieve projectontwikkelaars en introverte magazijnmedewerkers (Ultranova), misplaatste minnezangers en liefdestrieste komedianten (Calvaire), de veelzijdigheid aan persoonlijke misère is eindeloos. En dan vooral aan de Waalse kant van het land.
Kevin Toma
Of net over de grens met Luxemburg, waar Vincent Laannoo (Strass) zijn variant op het genre heeft gesitueerd. Zou de rol van gefaalde pater familias in Hollywood al snel het kreukelgezicht van William H. Macy hebben gekregen, hier ziet deze Ordinary man eruit als de broer van Louis de Funès. Hoofdrolspeler Carlo Ferrante, volstrekt één met zijn onophoudelijk lijdende personage, geeft meubelverkoper Georges Bissot een kale kop met streepsnor die van vriendelijk lachend zomaar uitschiet naar een monsterlijke grimas. Aan het einde van de zoveelste mislukte avond rijdt Bissot een stelletje klem, vermoordt de man en ontvoert de vrouw. Te braaf van inborst om nóg een moord te plegen, verstopt hij haar deze Christine in het vakantiehuisje, en als dat niet werkt eindigt ze in de kofferbak. Met kussen, deken en leeslampje welteverstaan. Als ze zin heeft in pizza, moet ze het gewoon zeggen. Terwijl zijn huwelijk alsmaar verder naar de klote blijkt te kunnen gaan, ontwikkelt zich tussen hem en zijn gevangene een vreemde, vriendschappelijke verhouding, zo vriendschappelijk dat zij uiteindelijk zonder dwang in de kofferbak stapt. Gelukkiger of normaler wordt onze Georges er niet van.
Belgische paranoia
Lannoo wou een film maken over de paranoia die zich sinds Dutroux van zijn land heeft meester gemaakt, met een al te menselijk monster (of monsterlijk mens) als prikkelend hoofdpersonage. Een vijandig, hatelijk klimaat dat natuurlijk niet tot België beperkt blijft: bij deze beerput met burgerlijke façade kun je je gemakkelijk Ferdi E., Volkert van der G. of Mohammed B. voorstellen, en buren die op het journaal verzuchten dat het zo'n vriendelijke, wat eigenaardige man was die altijd voor je klaar stond en dat je dit nou echt niet van hem had verwacht. Tegenover het leeslampje en de pizzaservice staat de werkelijk onverdraaglijke scène waarin Bissot zijn gevangene letterlijk de mond probeert te snoeren: op internet zoekt hij een schematische weergave van de stembanden, verdooft Christine met slaappillen en staat vervolgens met een stanleymes te bibberen boven haar open mond. Wie valt eerder flauw - hij of de toeschouwer?
Publieksprijs
Het zal aan deze, in potentie klassieke scène en de in strakke, grauwe kaders goed gevangen sfeer hebben gelegen dat Ordinary man op het Amsterdam Fantastic Film Festival de Silver Scream publieksprijs won. De scènes waarin Laannoo met sentimentele droombeelden en rottende, maar daarom niet minder moralistische zombie's daadwerkelijk de grens naar het fantastische overschrijdt, zijn geforceerd en overbodig. Met Olivier Gourmet als pastoor, een maniak die het zijn slachtoffer zo gezellig mogelijk wil maken en een vrouw die zich in het afgebakende donker van een kofferbak misschien wel veiliger voelt dan in de wereld daarbuiten, is de film al spannend, surrealistisch en droevig genoeg.
Levensbeschouwelijke sleutelwoorden:
Huwelijk, familie, levensverwachtingen, mishandeling, vertrouwen, vriendschap, vergiffenis
Bron: Deze tekst is een bewerking van een oorspronkelijk voor De Filmkrant geschreven recensie.
Voor meer informatie: zie IMDB.com.
|