Merry Cristmas (Joyeux Noël)

Hoogverraad. Dat is niet het eerste waar je aan denkt tijdens de kerstnachtmis. Toch werd volgens het scenario Joyeux Noël (2006) ongeveer 100 jaar geleden een Schotse aalmoezenier precies daarvan beschuldigd door zijn bisschop. Op kerstnacht 1914 bestond zijn parochie namelijk niet alleen uit geallieerde Schotse en Franse soldaten maar ook de vijand, een bataljon Duitse soldaten, schoof aan. De plaats van handeling: het niemandsland tussen de loopgraven van de eerste wereldoorlog.

Rolf Deen

In het eerste oorlogsjaar van de Grote Oorlog 1914 – 1918 brak tijdens de kerstperiode spontaan de vrede uit.  Aan alle kanten van het front verlieten manschappen hun loopgraven en vierden gezamenlijk het kerstfeest.  Ondanks het commando door te gaan met schieten verspreidde deze officieuze wapenstilstand zich als een lopend vuur door de loopgraven.  Uit talloze ooggetuigenverslagen blijkt dat zelfs degene die er bij waren hun ogen niet geloofden: Duitsers prikten kerstboompjes op de borstwering van de loopgraven, soldaten zongen kerstliederen en deelden voedselpakketten met de vijand.  Men klom uit de loopgraven om de doden te begraven, cadeaus uit te wisselen, samen te eten en te drinken en zelfs een partijtje voetbal te spelen in het niemandsland.  Deze lang onderbelichte episode uit de vroege geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog, beschreven door Stanley Weintraub in zijn boek Silent Night. The Story of the World War I Christmas Truce (2001), vormde de basis voor het scenario van de tweede langspeelfilm van de Franse cineast Christian Carion.

Van drie kanten

In Joyeux Noël brengt Carion de gebeurtenissen dichterbij door het verhaal van drie kanten te vertellen. Zijn scenario volgt twee Schotse broers en hun parochiegeestelijke,  die met ze meegaat naar het front, de drie commandanten van het Schotse, Franse en Duitse bataljon en een Duitse tenor met zijn vriendin,  een Deense sopraan op wie hij voor het uitbreken van de oorlog verliefd raakte.  Van al die figuren verwoordt de rol van de Schotse priester Palmer (Gary Lewis) het beste de aanklacht en de dilemma's in de film. Vanaf het begin is hij tegen de oorlog. Zo ziet hij in de openingscene met lede ogen aan hoe zijn jongens enthousiast de oorlog verwelkomen omdat er  “eindelijk weer eens iets gebeurt in ons saaie leven”.  Toch gaat hij mee naar het front en dat komt hem uiteindelijk duur te staan.

Theologisch dispuut

Kern van de film vormt de scene waarin Palmer voorgaat in de nachtmis, de Deense sopraan het Ave Maria zingt en het korte theologische dispuut met zijn bisschop dat daaruit volgt. Wil je iets begrijpen van waarom er vier jaar later 8,5 miljoen doden en drie keer zoveel gewonden te betreuren vielen dan moet je vooral goed opletten tijdens dialoog tussen Palmer en zijn bisschop, een kort theologisch dispuut over de smalle en de brede weg die je in het leven kunt gaan. In de preek die de bisschop vervolgens houdt voor de soldaten die de het ‘ dwalende’  bataljon zullen vervangen, stelt hij vast dat Duitsers geen  kinderen van God zijn en het daarom verdienen gedood te worden. “ Deze oorlog is een kruistocht”.  Als deze tekst niet afkomstig was uit historische bronnen zou je er een ongenuanceerde aanval van de filmmaker op het christendom in kunnen vermoeden. Carion zegt over deze scene in een interview: “Ik heb de donderpreek van de bloeddorstige bisschop niet zelf geschreven, het is een bestaande tekst uit de oorlog. Onvergeeflijk dat een geestelijke zulke taal heeft durven bezigen. En opvallend dat George Bush in de Irak-oorlog precies dezelfde bewoordingen koos.”

Deze site is eigendom van de stichting KFA-Filmbeschouwing.
Voor alle teksten © Copyright KFA Filmbeschouwing.