|
Solas
Volgens de Vlaamse criticus Sylvain DeBleeckere bestaan er weinig Hollywood films met een moeder in de hoofdrol. Moeders scoren blijkbaar niet aan de kassa. In Russische en Spaanse films zien we wel aangrijpende moederportretten. DeBleeckere vraagt zich af:” Zou er een verband zijn met de Russische verknochtheid aan de Madonna-icoon en de Spaanse verering van Moeder Maria? Zeggen deze films: deze levende madonna’s zijn onmisbare bronnen van menselijkheid en barmhartigheid in een wereld vol mannen en machismo?” In de Spaanse film Solas (2000) van de jonge regisseur Benito Zambrano herken ik in moeder Rosa zo’n bron van menselijkheid en barmhartigheid.
Rolf Deen
Solas vertelt over de relatie tussen de jonge schoonmaakster Maria en haar moeder. Als haar tirannieke vader voor een operatie in het ziekenhuis van Sevilla moet worden opgenomen, neemt Maria met tegenzin haar moeder Rosa tijdelijk in huis. De relatie tussen Maria en Rosa is gespannen. Maria kijkt met wrok terug op haar jeugd en het leven in het achterlijke dorp. Zij leeft in het tempo van de grote stad, heeft en drankprobleem en een slechte liefdesrelatie. Zij is een magere, zenuwachtige en vooral ontevreden stadsvrouw. “Ik wil dat je zegt dat ik een ander leven krijg”, schreeuwt ze in het diepst van haar ellende. Rosa, haar moeder, is haar tegenpool. Een warme eenvoudige ongeletterde boerenvrouw die enorme wijsheid uitstraalt. Het drama dat zich ontwikkelt tussen de twee vrouwen doet me denken aan een aforisme van Carl Jung: “Alles wat ons ergert aan anderen, kan ons ertoe brengen onszelf beter te begrijpen.” Maria ergert zich aan de stille manier waarop haar moeder haar levenslot als heeft aanvaardt. “Als ik alles mocht overdoen, zou ik er niets aan veranderen"” zegt Rosa zelf.
Mededogen
Maria is zwanger van Juan maar Juan wil alleen lust en lol van Maria en zeker geen vader zijn. Hij ontkent zelfs de verwekker te zijn. Maria staat nu zelf voor de beslissing of en hoe zij het moederschap wil aanvaarden. Maria is verbitterd, mededogen, een ander woord voor barmhartigheid, heeft geen plaats in haar leven. Ze zegt tegen haar moeder: “Er bestaan geen goede mensen want iedereen hier denkt alleen maar aan zichzelf.” En dat terwijl mensen in haar directe omgeving haar het tegendeel tonen. Zij kan dat niet zien. Wie niet barmhartig voor zichzelf kan zijn en zelf de barmhartigheid van anderen niet kan ontvangen, kan ook niet barmhartig zijn voor anderen. Hoe moeilijk is het voor Maria om van zichzelf te houden, haar zelf te accepteren, als dochter, als moeder als vriendin. Of zoals de straatdichteres Loesje het verwoordt: “Iedereen neemt me zoals ik ben. Nu ikzelf nog.”
Maria heeft ook haar hand lelijk bezeerd. Letterlijk ziet ze vooral de wond en niet het wonder in zichzelf. Als Rosa haar hand verzorgt met een huismiddeltje is dat de eerste keer in de film dat Maria toelaat dat haar moeder voor haar zorgt. Dit is de eerste barst in haar harde schild. Zij heeft zoveel onbarmhartigheid in haar leven ervaren, dat zij niet kan geloven dat iemand oprecht om haar geeft en dat zij ooit nog om een eigen kind kan geven.
Moederschap
Hier liggen hele diepe verbanden. Moederschap is bijbels gesproken de grondvorm van mededogen. Het bijbels-hebreeuwse woord voor baarmoeder en moederlichaam is rèchèm en het Hebreeuwse woord voor mededogen, erbarmen, barmhartigheid is daarvan afgeleid van: rachamiem. In jodendom, christendom en islam is De Barmhartige een aanduiding voor het goddelijke en God zelf. Het gaat dus ten diepste om een vrouwelijk vermogen: het kind dat onomkeerbaar in je groeit lief te hebben, wie de vader ook is. Angstwekkend en tegelijk groots. En ten diepste kun je zoiets alleen maar alleen doen: Solas! Moederschap, mededogen en erbarmen zijn de grondwoorden van dit filmdrama. En dit moederschap is Maria voorgeleefd door moeder Rosa.
Roos als symbool
Naarmate Rosa langer bij Maria logeert, knap het sombere appartement op. Rosa brengt door haar zwijgzame en zorgzame aanwezigheid licht en ruimte in Maria’s leven. Zij kan lezen nog schrijven, maar spreekt des te beter de taal van barmhartigheid. Rosa heet ze en zij is letterlijk en figuurlijk een roos. In de film ruiken verschillende mensen aan haar lichaam. De roos als symbool van fysieke aardse liefde. De roos als symbool van stilzwijgendheid, van de plaats waar je geheimen veilig zijn (roos is dikwijls een ornament op biechtstoelen!), zoals bij een goede moeder. De rode roos als symbool van liefde en zelfgave verwijst in de christelijke symboliek altijd naar het bloed van Christus. Zo heeft moeder Rosa ook geleden onder haar brute man en de harde verwijten van haar dochter. Hoewel zij nauwelijks over haar lijden spreekt, is haar stilte geen apathie, gelatenheid of lijdzaamheid. Die komt voor uit haar levenswijsheid en levensinzicht zonder woorden.
Scheppingsdaad
Rosa’s moederschap brengt licht en verlichting in het verharde leven van Maria. Zij brengt met haar moederschap letterlijk de eerste woorden die God spreekt in de bijbel in praktijk: Er moet licht zijn. (Genesis 1, 3) Zij herhaalt de eerste scheppingdaad. Zij is als moeder “licht in de wereld” (Joh. 8, 12) van Rosa.
Levensbeschouwelijke sleutelwoorden:
Moederschap; moeder/dochter relatie; man/vrouw relatie; barmhartigheid; mededogen; zwijgzaamheid; ouderdom
Voor gegevens over regie, acteurs, jaartal, speelduur etc. klik hier
Voor meer informatie: zie IMDB.com.
|